Welke gebouwen dienen een ontruimingsplan te hebben?

Inhoudsopgave

Niet ieder gebouw heeft automatisch een ontruimingsplan nodig. Toch is het in veel gebouwen wel verplicht, noodzakelijk of op zijn minst verstandig om vooraf goed vast te leggen hoe een ontruiming verloopt. Zeker wanneer er veel personen aanwezig zijn, mensen het gebouw niet goed kennen of niet iedereen zelfstandig kan vluchten. De hoofdregel is dat een gebruiksfunctie met een voorgeschreven brandmeldinstallatie een ontruimingsplan moet hebben. De verplichting hangt samen met de gebruiksfunctie, de omvang van het gebouw, de aanwezige personen, de installaties en de manier waarop het gebouw wordt gebruikt. Een goed ontruimingsplan is daarom geen standaarddocument dat alleen in een map verdwijnt. Het moet aansluiten op het gebouw, de organisatie en de mensen die er daadwerkelijk aanwezig zijn.


afbeelding ontruimingsplan



Wanneer is een ontruimingsplan verplicht?


Een ontruimingsplan is verplicht wanneer een gebruiksfunctie een voorgeschreven brandmeldinstallatie heeft. Die brandmeldinstallatie is er niet zomaar. Of deze verplicht is, hangt af van onder andere de gebruiksfunctie, de grootte van het gebouw, de hoogte, het aantal aanwezige personen en de mate waarin mensen zichzelf bij brand in veiligheid kunnen brengen. In de praktijk betekent dit dat vooral gebouwen met een verhoogd risico, een grotere bezetting of minder zelfredzame personen sneller met een verplicht ontruimingsplan te maken krijgen.


Gebouwen met een brandmeldinstallatie


Heeft een gebruiksfunctie een voorgeschreven brandmeldinstallatie? Dan moet er ook een ontruimingsplan aanwezig zijn. De installatie zorgt voor de melding, maar het ontruimingsplan beschrijft wat er daarna moet gebeuren: wie handelt, hoe worden de benodigde instanties gealarmeerd en via welke routes kan het gebouw veilig worden verlaten.


Gebouwen waarvoor een gebruiksmelding nodig is


Een gebruiksmelding brandveilig gebruik betekent niet automatisch dat een ontruimingsplan verplicht is. Wel komen beide onderwerpen vaak samen. Bij gebouwen met veel aanwezige personen of een verhoogd risico is het belangrijk dat de ontruiming vooraf goed is vastgelegd.


Gebouwen met werknemers, bezoekers of minder zelfredzame personen


Ook zonder directe verplichting kan een ontruimingsplan noodzakelijk of verstandig zijn. Bijvoorbeeld wanneer er werknemers, bezoekers, kinderen, gasten of minder zelfredzame personen aanwezig zijn. In die situaties moet duidelijk zijn hoe iedereen tijdig en veilig het gebouw kan verlaten.


Voor welke gebouwtypen is een ontruimingsplan vaak aan de orde?


Een ontruimingsplan komt vooral terug bij gebouwen waar veel mensen aanwezig zijn, waar bezoekers het gebouw niet goed kennen of waar gebruikers begeleiding nodig hebben bij het vluchten. Ook bij gebouwen met meerdere gebruikers of een complexere indeling is het belangrijk om vooraf duidelijke afspraken te maken.


Zorggebouwen


Bij zorggebouwen zijn bewoners, cliënten of patiënten niet altijd zelfredzaam. Het ontruimingsplan moet daarom duidelijk maken hoe zij worden gewaarschuwd, begeleid en waar nodig geholpen bij het verlaten van het gebouw.


Hotels en logiesgebouwen


In hotels en logiesgebouwen kennen gasten het gebouw meestal niet goed. Bovendien moet een ontruiming ook ’s nachts goed kunnen verlopen. Duidelijke alarmering, vluchtroutes en instructies zijn daarom belangrijk.


Scholen en kinderopvang


Bij scholen en kinderopvang zijn vaak veel kinderen of jongeren aanwezig. Het ontruimingsplan legt vast wie welke groep begeleidt, welke routes worden gebruikt en waar iedereen verzamelt.


Kantoren en bedrijfsgebouwen


Bij kantoren en bedrijfsgebouwen hangt de noodzaak af van onder andere de omvang, bezetting, indeling en aanwezige installaties. Zeker bij grotere panden of meerdere huurders zijn duidelijke afspraken over ontruiming belangrijk.


Winkelcentra en publiek toegankelijke gebouwen


In winkelcentra en andere publiek toegankelijke gebouwen zijn veel bezoekers aanwezig die het gebouw niet kennen. Het ontruimingsplan moet daarom niet alleen op winkelniveau kloppen, maar ook op gebouwniveau.


Industriegebouwen, opslaghallen en werkplaatsen


Bij industriegebouwen, opslaghallen en werkplaatsen spelen risico’s zoals grote afstanden, machines, logistiek, opslag en productieprocessen een grote rol. Het ontruimingsplan moet aansluiten op de praktijk op de werkvloer.


Gebouwen met meerdere gebruikers


Bij gebouwen met meerdere gebruikers worden vaak dezelfde vluchtroutes, installaties en verzamelplaatsen gedeeld. Het ontruimingsplan maakt duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe gebruikers samenwerken bij een calamiteit.


Wie is verantwoordelijk voor het ontruimingsplan?


Wie verantwoordelijk is voor het ontruimingsplan, hangt af van de situatie. Vaak ligt de verantwoordelijkheid bij de eigenaar, gebruiker, werkgever of exploitant van het gebouw. In veel gevallen zijn hierdoor meerdere partijen betrokken bij bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen of winkelcentra.

Belangrijk is dat vooraf duidelijk is wie het plan opstelt, wie het beheert en wie zorgt dat het actueel blijft. Een gebouw verandert in de loop van de tijd. Denk aan een andere indeling, meer personeel, een nieuwe huurder, gewijzigde openingstijden of een verbouwing. Zulke wijzigingen kunnen invloed hebben op de ontruiming. Een ontruimingsplan moet daarom niet alleen worden opgesteld, maar ook worden onderhouden.


Ontruimingsplan laten beoordelen of opstellen


Wilt u weten of uw gebouw een ontruimingsplan moet hebben? Of twijfelt u of het bestaande plan nog aansluit op de werkelijke situatie? Dan is een inhoudelijke beoordeling verstandig.

RBG kijkt niet alleen naar de aanwezigheid van een document, maar vooral naar de samenhang tussen gebouw, gebruik, installaties en organisatie. Kloppen de vluchtroutes? Past het plan bij de aanwezige personen? Zijn de verantwoordelijkheden duidelijk? En sluit de ontruiming aan op de brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie en eventuele gebruiksmelding?