Of een brandmeldinstallatie verplicht is, hangt onder andere af van de gebruiksfunctie, de gebruiksoppervlakte, de hoogte van het gebouw en de aanwezige vluchtroutes. De beoordeling is daarom altijd afhankelijk van het gebouw en het gebruik.
Wanneer is een ontruimingsplan wettelijk verplicht?
De wettelijke basis staat in artikel 6.20, lid 3 van het Bbl. Daarin staat dat een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 3.115 over een ontruimingsplan moet beschikken. De hoofdregel is daarmee eenvoudig: Is een brandmeldinstallatie op grond van artikel 3.115 Bbl verplicht? Dan is ook een ontruimingsplan verplicht. Het gaat hierbij om een wettelijk voorgeschreven brandmeldinstallatie. Een vrijwillig aangebrachte installatie maakt een ontruimingsplan op grond van dit artikel niet automatisch verplicht. Ook losse rookmelders zijn niet hetzelfde als een brandmeldinstallatie zoals bedoeld in artikel 3.115.
Wanneer is een brandmeldinstallatie verplicht?
Artikel 3.115, artikel 4.208 en bijlage II uit het Bbl bepalen wanneer een brandmeldinstallatie nodig is. Daarbij wordt niet alleen naar het totale gebouw gekeken, maar naar de afzonderlijke gebruiksfuncties binnen het gebouw.
Van belang zijn onder andere:
- De gebruiksfunctie, zoals kantoor, winkel, onderwijs, zorg of logies
- De gebruiksoppervlakte
- De hoogte van de hoogste vloer van een verblijfsruimte boven het meetniveau
- Het gebruik en de zelfredzaamheid van de aanwezigen
- De indeling van het gebouw en de aanwezige vluchtroutes
Wanneer een brandmeldinstallatie nodig is, moeten de uitgangspunten daarvan duidelijk worden vastgelegd in een Programma van Eisen voor de brandmeldinstallatie.
Voorbeeld: een kantoorfunctie
Bij een kantoorfunctie kan een niet-automatische brandmeldinstallatie bijvoorbeeld verplicht zijn wanneer:
- De gebruiksoppervlakte groter is dan 1.500 m²
- De gebruiksoppervlakte groter is dan 750 m² en de hoogste vloer meer dan 1,5 meter boven het meetniveau ligt
- De gebruiksoppervlakte groter is dan 500 m² en de hoogste vloer meer dan 4,1 meter boven het meetniveau ligt
Voor andere gebruiksfuncties gelden andere voorwaarden. Het aantal bouwlagen is daarbij niet rechtstreeks bepalend. De werkelijke hoogte van de hoogste vloer van een verblijfsruimte is dat wel.
Ook de vluchtroute kan bepalend zijn
Ook bij een kleinere gebruiksfunctie kan een brandmeldinstallatie nodig zijn als vanuit een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht. Daarbij spelen onder andere de lengte van de vluchtroute, de oppervlakte van de aangewezen ruimten en het aantal verblijfsruimten een rol. De gebouwindeling moet daarom altijd worden meegenomen in de beoordeling.
Een gebruiksmelding is niet hetzelfde als een ontruimingsplan
Een verplichte gebruiksmelding betekent niet automatisch dat ook een ontruimingsplan verplicht is. Daarvoor is bepalend of op grond van artikel 3.115 of artikel 4.208 van het Bbl een brandmeldinstallatie is voorgeschreven. Bij een gebruiksmelding moeten wel voldoende personen zijn aangewezen om een ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen.
Niet verplicht, maar toch verstandig
Ook wanneer het Bbl niet rechtstreeks tot een ontruimingsplan verplicht, kan het verstandig zijn om afspraken over een ontruiming vast te leggen. Bijvoorbeeld bij een complex gebouw, meerdere huurders, veel bezoekers of aanwezigen die hulp nodig hebben om veilig te kunnen vluchten. Voor werkgevers spelen daarnaast de verplichtingen rondom bedrijfshulpverlening en evacuatie vanuit de Arbowet een rol. Een praktisch ontruimingsplan kan helpen om deze afspraken duidelijk vast te leggen.
Ontruimingsplan laten opstellen of beoordelen door RBG
RBG beoordeelt of een ontruimingsplan nodig is en of dit aansluit op het gebouw, het gebruik en de aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen. We kunnen een bestaand plan controleren of een nieuw ontruimingsplan met bijbehorende plattegronden opstellen.
Ontruimingsplan laten maken